Victor Gulleman is geboren voor het geluk, maar de dagelijkse praktijk zit niet mee. In het huurhuis op het platteland waar hij met vrouw, kinderen en veel dieren naartoe getrokken is, houdt het vuil hem in de greep. In plaats van poëzie te schrijven en muziek te componeren, rent, vliegt en poetst Gulleman in zijn gevecht tegen schimmel en op het tapijt kotsende konijnen. Ondertussen kampt hij met ‘een groot gevoel van uiteindelijkheid’: de dood zit hem op de hielen, en alleen het medicijn van de eierstokken van de Chinese hamster biedt enig uitstel. Fel reageert Gulleman op de argwanende dorpsgenoten en fulmineert hij tegen de kapitalisten en de almaar stijgende grondprijzen: de Huurse en Koopse Twisten liggen op de loer.
Vol vaart, in een stuwende en opzwepende roes, trekken we met Gulleman ten strijde.